De oplossing voor ongewenst gedrag
TRAINING OF OPVOEDING?

Hondenras

Hondeneigenaren nemen contact met mij op over het gedrag van hun hond(en). Vaak willen ze een afspraak maken voor training. Of ik een oefening weet waarmee ze het probleemgedrag kunnen weg-trainen. De vraag is of training wel de juiste weg is. In een aantal artikelen bespreek verschillende aspecten die met probleemgedrag te maken hebben en hoe het ongewenste gedrag kan worden bijgestuurd of opgelost. 


Namens de branchevereniging NVGH heb ik een 3-tal artikelen geschreven voor het vaktijdschrift Onze Hond. In deel 3 bespreek ik de invalshoek om de training aan te passen aan het natuurlijk gedrag van het hondenras.

Elke hond zijn eigen manier

Een oplossing zoeken om gedrag bij te sturen, heeft alles te maken met wat voor type hond je in huis hebt. Elke hond heeft namelijk zijn eigen natuurlijke behoeften en verlangens. Je kunt je de vraag stellen of honden maakbaar zijn, of dat de training aangepast moet worden aan de natuurlijke behoeften van de hond vanuit zijn functioneel gedrag.

ENKELE VOORBEELDEN:

  • Herdershonden. Werkhonden die actief en intelligent zijn, gefokt om met vee te werken. Ze zijn gewend aan lange werkuren soms in barre omstandigheden, hebben veel beweging nodig, maar ook uitdaging en denkwerk. Ze zijn gericht op hun eigenaar. Drijven en hoeden doen ze van nature. Ze jagen graag achter bewegende voorwerpen, mensen of dieren aan.  [Duitse herdershond, Border collie, Australian Shepherd, Bouvier, Schapendoes]
  • Jachthonden. Werkhonden gefokt om wild op te sporen of op te halen. Ze hebben ook veel beweging nodig, hebben graag veel sociaal contact. Ze gebruiken vaak hun neus, hebben jachtinstinct, pakken vaak van nature iets op met hun bek en houden het vast. Veel honden houden erg van water. [Labrador retriever, Vizsla, Cocker spaniel, Weimaraner]
  • Terriërs. Honden gefokt om zelfstandig ongedierte en wild te bejagen, individueel, op en onder de grond. Het zijn vaak doorzetters en hebben veel energie. Waaks blaffen hoort erbij. Graven doen ze graag. [Jack Russell, Border terrier, Yorkshire terrier, Westie, Cairn terrier]
  • Gezelschapshonden. Honden gefokt voor het leven met de mens. Ze vinden het contact met hun eigenaar het allerbelangrijks en zijn vaak erg speels. Veelal klein van stuk maar duidelijk aanwezig met hun blaf. [Cavalier, Franse bulldog, Shi Tzu, Poedel, Bolonka Zwetna]

Meer weten? Kijk op licg.nl

In de Hierarchy of dog needs van Linda Michaels worden basisbehoeften – zoals eten en drinken, medische zorg, veiligheid en duidelijke leiding – visueel weergegeven. Daarnaast heeft elke hond ook zijn eigen specifieke behoeften, die niet per se in deze (of een andere) hiërarchie vallen. Het zijn behoeften die te maken hebben met het DNA, de herkomst en de (oorspronkelijke) functie van de hond.

Deze behoeften kunnen per ras verschillen. Honden zijn immers ooit geselecteerd met een bepaald gebruiksdoel. Je kunt dus niet alle honden over dezelfde kam scheren. Ook al is jouw hond een huishond en komt hij van bij een fokker die helemaal niet ‘werkt’ met zijn hond, dan nog bevat het DNA van je hond bepaalde oorspronkelijke bouwstenen.

Een goede voorbereiding

Ongeacht de onderlinge verschillen tussen hondentypes gaat het trainen met pups op zich best makkelijk. Ze zijn in de groei en verzot op voertjes, want ze hebben ze hele dag honger. Bij puberhonden verloopt de training al wat moeizamer, omdat zij vaak ineens de kolder in de kop krijgen. Het natuurlijke gedrag van de hond komt helemaal tot uiting bij volwassen honden: ze snuffelen zich een ongeluk tijdens de wandeling, blaffen plots bij alles wat op straat voorbijkomt, liggen de hele dag achter het raam op de uitkijk, gaan achter vogels aan, geven de bal niet meer terug of ze gaan tijdens de wandeling op avontuur omdat ze dat spoor toch echt moeten volgen en komen niet als ze geroepen worden. Dit is de periode waarin gedrag ineens probleemgedrag kan worden. Je bent als eigenaar niet altijd goed voorbereid op deze explosie van natuurlijk gedrag.

Het is daarom verstandig om de opvoeding en training van je pup al direct af te stemmen op wat je kunt verwachten als hij later groot is. Bereid je voor. Verdiep je in de herkomst van je hond. Wat voor ras is je hond en waarvoor werd dit ras oorspronkelijk gebruikt?

Welk type hond heb jij in huis?

Ook als je je niet vooraf verdiept hebt in het ras zie je snel welke interesses jouw hond heeft of hoe hij graag wil spelen. Wil hij graag achter de bal aanrennen, kan je hem teruglokken met een voertje of gaat hij liever liggen en op de bal bijten. Wil hij op het knooptouw kauwen, of vindt hij het touwtrekken met jou het leukst en stopt hij ook zodra jij loslaat. Rent hij achter je kind aan als ze aan het spelen zijn maar haakt hij halverwege ineens af en volgt een spoor met zijn neus. Wil hij iets voor een voertje doen en kan hij er niet genoeg van krijgen of is hij na twee keer wel zat ervan en gaat naar zijn mandje toe. Wat voor type hond heb jij in huis?

Wat vindt jouw hond leuk?

Voor de opvoeding of training van je hond is het belangrijk dat je snapt wat jouw hond zelf leuk vindt, wat hem triggert. Let wel, dat hoeft natuurlijk niet iets te zijn wat je zelf heel leuk vindt. Ik denk dan aan ‘blaffen’. Iets wat een type waakhond in de puberteit ineens ‘ontdekt’ om bezoek aan te kondigen of juist weg te jagen.

Pas als je weet wat je hond zelf leuk vindt, kan je het meenemen in je repertoire van opvoeden en trainen. Leer je hond al jong iets aan wat je straks kan gebruiken als vervanging van zijn natuurlijke gedrag dat hij in de puberteit zal gaan ‘ontdekken’. Een oefening of spelvorm wat je straks kan helpen om het gedrag van je hond bij te sturen.

Veel honden vinden dat ‘heerlijke’ brokje van jou helemaal niet zo interessant meer in de puberteit. Het natuurlijke gedrag vanuit hun eigen DNA is zó intrinsiek belonend. Daar kan geen brokje tegenop. Los natuurlijk van alle hormonen die door het lijf jagen en een hond sowieso impulsiever maakt. De adrenaline kick ligt in de puberteit altijd op de loer. Eenmaal een leuke actie ontdekt is het lastig terugdraaien voor een eigenaar. Denk maar eens aan het jagen achter een kat aan…

Nota bene: dit werkt overigens net zo bij herplaatsers uit het buitenland, hoewel je vaak ziet dat de hond al wat ouder is als hij naar Nederland komt en als pup helemaal niet geleerd heeft om te spelen. Gelukkig zijn de meeste buitenlandse honden wel voergevoelig.

Voorbeeld uit de praktijk

Labamaraner Charlie, een veertien maanden oude kruising Labrador-Weimaraner, komt op onze eerste afspraak uit de auto op me af gesprongen. Hij danst en rent in het rond, zo blij is hij – en dat terwijl hij me nooit eerder gezien heeft. Altijd fijn als een hond de trainer leuk vindt.

Charlies eigenaar had zich bij gemeld omdat de Labmaraner na drie cursussen nog steeds een stuiterbal is. Inmiddels is Charlie ruim een jaar oud en zo sterk geworden dat hij zijn eigenaar over straat sleurt op weg naar het park, omdat hij zo graag met zijn vriendjes wil spelen. Onderweg daarheen springt hij van links naar rechts om alle rond dwarrelende blaadjes te vangen. Energie voor tien! Een echte puberhond.

Waar te beginnen? De basiscues lijkt Charlie totaal vergeten te zijn. Brokjes vindt hij best lekker, maar nu even niet. Straks, als ze weer thuis zijn. Wat heeft deze hond nodig en waarvoor is hij bereid om iets te doen voor zijn eigenaar? Oftewel, hoe gaan we deze hond trainen?

Fluitsignaal

Voor een combi-jachthond als Charlie is het belangrijk dat hij naast een uitlaatklep voor energie ook iets met zijn hoofd kan doen. We starten de training met het aanleren van hier-komen op fluitsignaal. Even lekker rennen over het veld zodat hij wat stoom kan afblazen. Komen-op-stem kan Charlie best, maar aangezien hij meestal onderweg naar zijn eigenaar ook nog wat kleine spoortjes uitwerkt, is ze vaak gefrustreerd als hij eenmaal bij haar is. Niet echt lollig, voor geen van beiden. Gebruik van een fluitsignaal is nieuw; de fluit is objectief, zonder emotie. Eigenlijk gaat het om dezelfde cue ‘hierkomen’ maar ik steek het in een nieuw jasje.

Andere beloning

Daarnaast beginnen we ook direct met een andere vorm van beloning. Charlie houdt graag iets vast in zijn bek en loopt er dan even mee rond. Thuis vindt hij het ook heel leuk om samen met zijn eigenaar aan een knooptouw te trekken. Apporteren wil ik voor een volgende training bewaren. Voor deze eerste training heb ik een oude nepbontkraag van een winterjas meegenomen. Veel honden vinden een wollig speeltje fijn, want het voelt zacht in de bek. Ik hoop Charlie ook. Terwijl Charlies eigenaar wegloopt en op afstand gaat staan, zwaait ze met de kraag boven haar hoofd. ‘Huh, wat heeft ze daar?’ zie ik Charlie denken. Ze fluit, ze roept hem en hij rent zo hard hij kan naar haar toe. Zodra hij bij haar is, biedt ze de bontkraag aan. Hij bijt er meteen in en ze trekken er beiden aan zo hard ze kunnen. Even samen lekker spelen. Fun! Gelukkig werkt de basistraining ook als ze na een moment van stilhouden ‘los’ zegt. Charlie laat meteen los! Hij gaat netjes voor haar zitten en lijkt te vragen: ‘Mag ik nog een keer? Dit is leuk!’

Motivator

Ook voor de volgende oefening – wandelen zonder trekken – gebruikt de eigenaar de nepbontkraag. Ze houdt de kraag in haar hand op borsthoogte aan de kant waar de hond loopt. Het eerste dat we trainen, is dat hij niet mag opspringen. Wandelen is wandelen, met vier poten op de grond. Een paar passen netjes meelopen… ‘Yes!’ en ze geeft hem de kraag waarna ze er samen even aan trekken. ‘Los’ en ze lopen weer door. Charlie heeft snel door dat opspringen naar de kraag niets oplevert. Pas als hij met vier poten op de grond een paar passen meeloopt, gaan ze samen spelen en mag hij er even aan trekken. Charlie is een snelle leerling en snapt dit principe van actie-reactie direct. Het trekspel werkt prima als motivatie voor hem.

Voor de volgende oefening – niet opspringen én niet aan de lijn trekken – zijn er twee voorwaarden om het trekspel te krijgen. Het is geen probleem voor Charlie. Nu hij eenmaal doorheeft dat hij zelf ‘de touwtjes in handen heeft’, dat hij zelf zijn eigenaar kan ‘manipuleren’ om het trekspel met hem te spelen, is het snel gedaan. Hij loopt aan het einde van onze eerste afspraak keurig mee. Heerlijk, zo’n snelle leerling – uiteraard ook omdat de eigenaar niet te lang wacht met belonen, zodat Charlie de link legt tussen zijn gedrag en het verkrijgen van het trekspel.

Plezier voor twee

Nu thuis nog. Waar de hondenvriendjes in het park wachten en de blaadjes op straat liggen. Afijn, het begin is er. Zowel eigenaar als hond zijn een nieuwe weg ingeslagen in de training. Stap twee is oefenen in verschillende situaties. In het begin kort en misschien nog niet op weg naar het park, maar gewoon even heen en weer voor het huis. Een volgende keer wil ik eens kijken of Charlie een voorwerp kan leren terugbrengen, of hij kan apporteren. Goed als uitlaatklep van zijn energie, maar ook goed voor de samenwerking. Voor deze jachthond verwerk ik twee onderdelen uit zijn DNA die hem motiveren in de training. Charlies eigenaar leert nieuwe manieren om zijn gedrag bij te sturen, maar heeft bovenal nieuwe manieren om weer lol te hebben met haar hond. Training die ook doorwerkt in de opvoeding en plezier voor twee – wat wil je nog meer?

Download de PDF

Klik op de link hieronder of op de afbeelding hiernaast om het artikel in Onze Hond te lezen of te downloaden.

Open Artikel Onze Hond