Herplaatser in huis?

herplaatserSamengesteld artikel uit ‘Verwachten we te veel van een herplaatser’ van Charlotte Phebe Post en
‘Kruisingen zijn genetische toverballen’ van Gerrit Post

Steeds meer mensen kiezen voor een herplaatshond. Omdat zij bijvoorbeeld op die manier iets goeds willen doen en een hond een fijn leven willen bieden. In de praktijk gaat er echter nog wel eens het nodige mis; de herplaatser gedraagt zich niet zoals verwacht of gehoopt en brengt allemaal extra zorgen, kosten en problemen met zich mee.

Hoe goed de bedoelingen ook zijn, er wordt nog dikwijls onderschat wat het inhoudt om een herplaatser te adopteren. Het lijkt of mensen soms een te rooskleurig beeld hebben van herplaatsers. Misschien denkt men dat ze niet zoveel opvoeding meer nodig hebben omdat ze meestal al wat ouder zijn. Of dat ze zich automatisch goed zullen gedragen omdat men ze gered heeft uit een schrijnende situatie. Maar is dit wel helemaal eerlijk. Een herplaatser is in feite  net zoveel werk als een pup, wellicht nog wel meer, afhankelijk van wat hij heeft meegemaakt.

Rugzakje
De meeste herplaatsers komen met een zogenoemd ‘rugzakje’. Hierin zitten eerder opgedane ervaringen in het leven vaak stevig weggestopt en deze hebben invloed op de emoties en het gedrag van de hond. Soms duurt het een poosje voor het rugzakje wordt uitgepakt en soms wordt de hele boel in één keer leeg gekieperd. Dit verschilt uiteraard per individu. Daarnaast zal de rugzak bij de een wat voller zitten dan bij de ander. Het merendeel van de honden die naar Nederland worden gebracht, heeft toch wel het een en ander meegemaakt. Dit hoeven niet altijd traumatische ervaringen te zijn maar ook minder heftige situaties kunnen een flinke impact hebben.

herplaatserHond uit het buitenland
Van veel honden die uit het buitenland worden geïmporteerd, is het ras volstrekt onduidelijk en dat geldt ook voor hun voorouders. Veel van de zogenaamde straathonden -of ze nou afkomstig zijn uit het Middellandse Zeegebied of uit Oost-Europa- zijn natuurlijk in hun gedrag sterk gevormd door kunstmatige of natuurlijke selectie. Maar ze hebben nooit tot een ras behoord. Zo hebben de zware omgevingscondities in het harde klimaat van het oostelijke Middellandse Zeegebied geleid tot temperatuurongevoelige honden met een lichtgele vacht, een gemiddeld lange vacht en een gemiddelde grootte. Meestal zijn ze, als overlevingskunstenaars op straat, ook toegerust met een flink jachtinstinct.

Oost-Europese honden daarentegen leiden vaak in de dorpen een bestaan als levende alarminstallaties. Ze hebben ’s nachts dienst op hun erven en zijn daar luidkeels blaffend aanwezig om de nadering van onbekenden aan te kondigen. Overdag hebben ze zogezegd ‘geen dienst’ en dan schuimen ze in kleine groepjes door de dorpen. Naar het schijnt is het al regelmatig voorgevallen dat goed bedoelende West-Europese dierenbeschermers deze vermeende straathonden opgevangen hebben en naar West-Europese ‘afnemers’ hebben getransporteerd. De boer zal niet blij geweest zijn dat zijn alarminstallatie gedwongen blijkt te zijn gemigreerd. Deze honden zien er ook vaak hetzelfde uit. Ze lijken op de spitsen en oertypes met hun langere vacht en korte oren die ze danken aan het klimaat in hun thuisomgeving. Ze lijken daarmee uiterlijk op de ‘oorspronkelijke hond’ en diens alarmfunctie is er bij hen goed ingefokt. Juist deze honden zijn door hun hevige blafgedrag vaak storend als ze in West-Europa in dichtbevolkte stedelijke gebieden worden gehouden.

Goed met katten en kinderen
Het gebeurt regelmatig dat men op het verkeerde been wordt gezet door de beschrijving van de herplaatser; deze stellen de hond soms mooier voor dan hij in werkelijkheid is. Wat te denken van de veelvoorkomende tekst ‘kan goed met katten’. Veel mensen zullen er hierbij van uitgaan dat dit geldt voor alle katten in alle situaties. Wat kan het dan tegenvallen als hij toch opeens achter hun geliefde huistijger aangaat of als hij op straat woest tekeergaat tegen elke kat die zijn pad kruist. Het ‘goed met katten’ bleek helaas alleen te gelden voor de kat waarmee hij al vanaf pup bekend was, alle andere katten verklaart hij de oorlog.

En dan, betekent ‘goed met kinderen’ dat hij de ene keer dat er eentje op bezoek was, of tijdens de wandeling tegenkwam, aardig leek te doen? Of dat hij het geen enkel probleem vindt als gillende kleine kinderen de hele dag over hem heen hangen, hem leuke kleertjes aan willen doen of bij hem in zijn mand willen slapen? Betekent ‘goed met kinderen’ dat hij stapelgek is op zowel baby’s als pubers en dat hij hun beste en liefste speel- en knuffelkameraadje is? Dat hij voortdurend oppast dat hij de baby niet per ongeluk krast met zijn nagel of omverloopt tijdens het spelen? Of betekent ‘goed met kinderen’ dat hij ze tolereert zolang ze zijn grenzen respecteren? Vertrouw dus niet te veel op dit soort ultrakorte en ongenuanceerde beschrijvingen en wees je ervan bewust dat hij in jouw specifieke thuissituatie en leefomgeving totaal ander gedrag kan laten zien.

Ontsnappingsgevaar
Ook de verwachtingen die mensen zelf creëren kunnen voor problemen zorgen. Het is soms net of er gedacht wordt dat men een kant-en-klare hond in huis krijgt die niet zoveel opvoeding of training nodig heeft. Maar juist met een herplaatser moet men bedacht zijn op vreemd, afwijkend of opvallend gedrag. Hou er rekening mee dat de emoties die de hond ervaart een grote rol spelen. Hij komt opeens terecht in een voor hem volslagen nieuwe omgeving, bij nieuwe mensen en met nieuwe geurtjes. Daarbij is hij een dier met een verleden. Hoe sociaal, relaxt of vriendelijk een hond ook leek op internet, onderschat nooit de stress die hij kan ervaren als hij opeens in een onbekende omgeving terecht komt, vaak ook nog na een lange en vermoeiende reis. Neem daarom het zekere voor het onzekere en laat de hond voorlopig aangelijnd uit. (Dat mag ook een lange lijn of uitlooplijn zijn). Observeer rustig hoe hij zich gedraagt in verschillende situaties en hoe hij reageert op geurtjes, geluiden, andere honden, andere mensen, spelende kinderen etc.

Respect en vertrouwen
Neem de tijd en leer je hond eerst kennen. Ga er niet zonder meer vanuit dat hij zich precies zo zal gedragen zoals hij zich gedroeg in het asiel, de opvang of bij zijn vorige eigenaar. Daarnaast zullen de meeste honden pas na een tijdje laten zien wat zij in hun mars hebben. Soms duurt het weken, soms maanden en soms komt er na jaren nog iets boven drijven dat je niet goed kunt plaatsen of dat te herleiden is naar het verleden. Het gedrag dat een hond in het begin vertoont, hoeft dus geen afspiegeling te zijn van het gedrag dat hij later zal vertonen. Vaak is hij nog erg onder de onder de indruk van alle nieuwe dingen om hem heen. Zeker als je hond een of meer trauma’s heeft, is het van belang dat je de rust en de tijd neemt om rustig aan elkaar te wennen.

Het opbouwen van respect en vertrouwen is daarom essentieel in de opvoeding van een herplaatser, maar als hij je eenmaal vertrouwt, heb je het dankbaarste wezen ooit!